Procedure Praktijkexamen

BT - C 01

Procedure “Examenreglement van de stichting Examen- en Certificeringsinstituut Plaag-dierpreventie (EVM) ten behoeve van het praktijkexamen “beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen"

Algemene bepalingen

  1. Dit reglement verstaat onder:
    – EVM: de stichting Examen- en Certificeringsinstituut Plaagdierpreventie;
    – Praktijkexaminator: praktijkexaminator die namens EVM het praktijkexamen afneemt en beoordeelt;
    – de Commissie van Deskundigen: de door het bestuur van EVM ingestelde en benoemde leden van de Commissie van Deskundigen.
  2. Het praktijkexamen omvat praktijkopdrachten op twee gebieden:
    – Knaagdierbeheersing;
    – bestrijding kruipende en/of vliegende insecten;
  3. Het praktijkexamen wordt afgenomen in het praktijkexamencentrum van EVM in Wageningen, of in een andere door de Commissie van Deskundigen aan te wijzen lokaliteit.
  4. Het behaalde praktijkexamen dient, samen met het eerder behaalde theorie-examen, ter verkrijging van het bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen, zoals omschreven in de Regeling Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden

De examenkandidaten

  1. Een kandidaat dient voor het verkrijgen van het bewijs van vakbekwaamheid “beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen” het volledige praktijkexamen af te leggen.
  2. Het is niet mogelijk om voor het praktijkexamen een vrijstelling te krijgen.
  3. Deelname aan het praktijkexamen “beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen” is uitsluitend voorbehouden aan een kandidaat, die in het bezit is van het theorie-certificaat “beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen”. Dit certificaat is uiterlijk één kalenderjaar voor de datum waarop de aanmelding voor deelname aan het praktijkexamen “beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen” door de administratie van het EVM is ontvangen, behaald.
  4. Indien een kandidaat zich ten aanzien van het praktijkexamen aan enig bedrog of nalatigheid schuldig heeft gemaakt en dit voor, tijdens of na het examen wordt ontdekt, kan een examinator hem/haar de deelneming, of de verdere deelneming, aan het praktijkexamen ontzeggen.
  5. Indien een kandidaat in enig opzicht in strijd met de procedures van EVM heeft gehandeld en deze onregelmatigheid voor, tijdens of na het praktijkexamen wordt ontdekt, kan examinator hem/haar de deelneming, of de verdere deelneming aan een onderdeel dan wel aan het gehele praktijkexamen, ontzeggen.
  6. Indien de onregelmatigheid eerst na afloop van het praktijkexamen wordt ontdekt, worden de resultaten van het afgelegde examen ter herbeoordeling aan de Commissie van Deskundigen voorgelegd. De Commissie van Deskundigen beslist over de voorgelegde resultaten en de uitkomst van het praktijkexamen (voldoende/ onvoldoende).
  7. Een examinator of een lid van de Commissie van Deskundigen maakt van een hiervoor onder 4, 5 en 6 genoemde beslissing en de feiten waarop deze beslissing genomen is, onverwijld rapport op. Hij/zij zendt dit rapport terstond aan de administratie en het bestuur van EVM.
  8. Een kandidaat kan tegen een door een examinator of door de Commissie van Deskundigen genomen beslissing in bezwaar en in beroep gaan. Hiervoor verwijzen wij naar procedure BT-A03 “Indienen van een bezwaar- en beroepschrift en de behandeling daarvan”.

Het praktijkexamen

  1. De kosten voor deelneming aan het praktijkexamen worden door het bestuur van EVM vastgesteld en dienen vooraf te zijn voldaan. Wanneer de kosten niet voldaan zijn, kan de administratie van EVM besluiten een kandidaat niet voor het praktijkexamen op te roepen, danwel een reeds verstuurde praktijkexamenoproep in te trekken.
  2. Het examen is niet openbaar. Een examinator kan aan buitenstaanders toegang tot het praktijkexamen, of een gedeelte daarvan, verlenen, mits de kandidaat daar geen bezwaar tegen heeft.
  3. Bovenstaande geldt niet voor vertegenwoordiger(s) namens het bevoegde Ministerie, de medewerkers van EVM en de leden van de Commissie van Deskundigen: zij hebben te allen tijde toegang tot een praktijkexamen.
  4. De duur van het praktijkexamen is 70 minuten en bestaat uit twee x 30 minuten voor een praktijk opdracht en 10 minuten voor het eindgesprek.
  5. Het praktijkexamen wordt in principe afgenomen door twee praktijkexaminatoren. In uitzonderlijke situaties kan hiervan afgeweken worden en wordt het praktijkexamen afgenomen door één praktijkexaminator en een vertegenwoordiger van EVM (zijnde een medewerker, lid van de Commissie van Deskundigen of bestuurslid).
  6. Een kandidaat mag besluiten het praktijkexamen niet af te maken, wanneer hem/haar door de examinatoren te kennen wordt gegeven dat voor de eerste dan wel voor de tweede praktijkopdracht een onvoldoende is behaald, zodat het behalen van een voldoende resultaat voor het praktijkexamen niet meer mogelijk is.
  7. De eindwaardering voor het examen wordt uitgedrukt in voldoende/onvoldoende. Het tot stand komen van deze eindwaardering wordt beschreven in de procedure BT-C04 Afname en beoordeling praktijkexamen “beheersing plaagdieren en hout aantastende organismen”.
  8. Een praktijkexaminator stelt de uitslag van het praktijkexamen vast en beslist over het toekennen van het bewijs van vakbekwaamheid “beheersing plaagdieren en hout aantastende organismen”.
  9. Een werkgever van een kandidaat wordt eerst dan geïnformeerd over het behaalde resultaat, nadat de kandidaat zelf is geïnformeerd en mits hij/zij heeft verklaard hier geen bezwaar tegen te hebben. Deze verklaring van geen bezwaar wordt afgegeven bij ondertekening van het aanmeldingsformulier voor de examens.
  10. Telefonische inlichtingen omtrent de beoordeling van het praktijkexamen worden niet verstrekt.
  11. Het bestuur van EVM neemt een besluit in de gevallen waar dit regelement niet in voorziet. Tegen deze beslissing staat bezwaar en beroep open, volgens de procedure BT – A 03 “Indienen van een bezwaar- en beroepschrift en de behandeling daarvan”.